Côte Chalonnaise

“De natuurlijke uitbreiding van de Côte de Beaune”

Tussen de Côte de Beaune in het Noorden, en de heuvels van Mâcon in het zuiden strekken de wijngaarden van de Côte Chalonnaise zich uit over een lengte van 25 km en breedte van 7 km. In dit heuvelachtige landschap bevinden zich de wijngaarden bij voorkeur op de zuidoostelijk gerichte hellingen.

Reeds gedurende 1000 jaar groeien de stokken op gelijkaardige bodems als in de nabij gelegen Côte de Beaune. Zij profiteren van hete zomers en droge herfsten waardoor de druiven makkelijk rijpen. Op deze gronden verbouwt men meerdere druiven hoewel ook hier de Chardonnay en Pinot Noir domineren.
Deze uitzondering op de regel is het gehucht Bouzeron met zijn eigen appellatie en waar uitsluitend witte wijnen gemaakt worden van het zeer oude druivenras de Aligoté of Bouzeron.

De 5 wijnbouw gemeenten in de Côte Chalonnaise waarvan er bepaalde 1er Crus produceren heten Bouzeron, Givry, Mercurey, Montagny en Rully. Ook is zeer waarschijnlijk dit gebied de wieg van de Crémant de Bourgogne.
In 1822 nodigen wijnboeren uit Rully en Mercurey een jonge man uit de Champagnestreek uit en werd de mousserende wijn geboren. Ook in de Côte de Nuits wagen zich négociants aan dit avontuur. In 1975 ontstaat dan uiteindelijk in het gebied de AOC Crémant de Bourgogne.